Tim Jansen over de herontwikkeling van Wolvenplein
Wie langs Wolvenplein loopt, ziet vooral de muur: gesloten, streng en onmiskenbaar gevangenis. Maar achter die muur wordt gewerkt aan een nieuwe toekomst voor het complex. Geen snelle transformatie, maar een langdurig en zorgvuldig proces waarin erfgoed, ondernemerschap en de stad samenkomen. Vastgoedondernemer Tim Jansen is één van de initiatiefnemers achter de herontwikkeling.
Van monumenten naar Wolvenplein
Tim Jansen werkte jarenlang bij een restauratiebedrijf dat gespecialiseerd was in rijksmonumenten en monumentaal vastgoed. Daarnaast kocht en restaureerde hij samen met een compagnon zelf ook monumenten. “Zo bouwden we een mooie portefeuille op,” vertelt hij. Later werd die portefeuille verkocht, waarna er ruimte ontstond voor nieuwe projecten.
De betrokkenheid bij Wolvenplein ontstond tijdens de lockdownperiode. Een hotelier was al langere tijd bezig met plannen voor de voormalige gevangenis, samen met buurtvereniging De Witte Wolf. Door de onzekerheid in die periode kwam de vraag op tafel: doorgaan of stoppen? “Ik kom uit Utrecht, had een kantoor aan de Wittevrouwensingel en keek altijd uit op de gevangenis,” zegt Tim. “Toen dacht ik: dit is eigenlijk een unieke plek.”
Samenwerken om kans te maken
De ontwikkeling van Wolvenplein is het resultaat van samenwerking tussen meerdere partijen. De Witte Wolf zocht samen met de hotelier een partij met ervaring in complexe tenders. “Daar kwam AM in beeld,” legt Tim uit. “Zij zijn heel professioneel en sterk in dit soort processen.”
AM begeleidde het tenderproces, nam de buurt en andere betrokkenen mee en schakelde de architect in. “Dat vraagt enorme inspanning: tekeningen, plannen, gesprekken met de gemeente. Alles om te laten zien dat je de juiste partij bent.” Tim sloot later bij dit proces aan om samen het project verder mogelijk te maken. Uiteindelijk werd hun plan geselecteerd.
Wie doet wat
Binnen de ontwikkeling richt het team van Tim zich op het niet-woongerelateerde deel van het complex. “Wij doen het commerciële programma: hotel, short stay, kantoren, horeca en de buurtruimte.” De woningbouw valt onder andere partijen binnen het totale plan.
Hoe het complex straks precies wordt geëxploiteerd, is nog onderwerp van gesprek. “In eerste instantie zoek je een huurder die alles wil doen,” zegt Tim. “Maar zo’n partij bestaat eigenlijk nauwelijks.” Daarom wordt ook gekeken naar een andere optie: zelf exploiteren. “We ontwerpen nu al met het idee: dit moet straks ook goed te draaien zijn. Het zou kunnen dat we uiteindelijk alles zelf gaan doen.”
Het gebouw leesbaar houden
Een belangrijk uitgangspunt is dat het monument herkenbaar blijft. “Je kunt bijvoorbeeld twee cellen koppelen — een slaapcel en een natte cel — maar de cellulaire structuur moet zichtbaar blijven,” legt Tim uit. “Het is belangrijk dat je het gebouw blijft lezen.”
Ook de ervaring bij binnenkomst krijgt veel aandacht. De werkvleugels zijn nu donker en gesloten. “Dat willen we lichter en opener maken. Zodat je straks bij binnenkomst echt dat wow-effect hebt en de gevangenis beter kunt zien en begrijpen.”
Naast het fysieke ontwerp wordt ook nagedacht over hoe verhalen uit het verleden een plek krijgen. “Er zijn deuren waarin teksten zijn gekrast, bijvoorbeeld over dagen in de isoleercel. Dat soort elementen willen we laten zien.” Er wordt gezocht naar manieren om de geschiedenis voelbaar te maken, zonder dat het een museum wordt.
Buurtruimte als hart van het gebouw
Een opvallend onderdeel van het plan is de buurtruimte. Die komt direct bij de entree van het gebouw. “Dat is bewust,” zegt Tim. “Bij binnenkomst zie je meteen dat dit ook een plek voor de buurt is.”
De buurtruimte krijgt een eigen keuken en wordt bedoeld voor activiteiten die bewoners zelf organiseren. Hoe het beheer precies wordt geregeld, wordt nog uitgewerkt. “Het moet geen feestlocatie worden, maar wel een plek met vrijheid. Dat vraagt duidelijke afspraken.”\
Buitenruimte: groen én functioneel
Ook buiten verandert er veel. Het voorplein, dat nu grotendeels wordt gebruikt voor parkeren, moet groener worden. “We willen er meer een park van maken,” zegt Tim. Tegelijk moet het plein functioneel blijven. “Er moet ruimte zijn voor laden en lossen, voor mindervaliden, voor servicemonteurs. Dus het is zoeken naar een balans.”
De gevangenismuur blijft daarbij een gegeven. Die muur is zelf een rijksmonument en kan niet verdwijnen. “Maar die muur is ook wat het gebouw gevangenis maakt,” zegt Tim. “Als die weg is, zou het net zo goed een ziekenhuis kunnen zijn.” Wel wordt gekeken hoe de muur subtieler kan worden uitgelicht en hoe er meer visuele verbinding tussen binnen en buiten kan ontstaan.
De rol van de buurt
De buurt is vanaf het begin betrokken bij de plannen. Eerst via De Witte Wolf tijdens de tender, later via meerdere participatiesessies over werken, wonen en openbare ruimte. “Het doel is om in een vroeg stadium wensen en zorgen op te halen,” zegt Tim. “Zodat je niet vier jaar later denkt: had ik dat maar eerder geweten.”
Niet iedereen is tevreden — en dat is ook niet realistisch, erkent hij. “Er zijn buren die bezwaar gaan maken zodra de vergunning er is.” Dat kan het proces vertragen. “We hopen voor de zomer een vergunning te krijgen, maar als het naar de Raad van State gaat, kan het zomaar een of twee jaar langer duren.”
Een blik vooruit
Als Tim vooruitkijkt, ziet hij een levendige plek voor zich. “Als ik over tien jaar die nieuwe brug overloop, het park zie, mensen naar het restaurant zie gaan en het hotel in zie lopen — en alles staat er strak bij — dan ben ik blij.” Het ultieme doel? “Dat het een prachtig gerestaureerd gebouw is, in harmonie met de buurt, waar echt leven in zit.”
Wanneer dat zover is? “Ik zou blij zijn als we vóór 2030 de eerste gasten kunnen ontvangen.”