Voor dit verhaal spraken we met Bert Poortman: historicus, wandelende tijdmachine en iemand die met zichtbaar plezier honderden jaren Utrechtse geschiedenis uit zijn mouw schudt. Geen droge jaartallenparade, maar verhalen over macht, muren, kanonnen en waarom dit stukje Utrecht ooit vooral bedoeld was om mensen buiten - en soms juist binnen - de stad te houden.
Aan de hand van zijn verhalen duiken we terug in de tijd, naar de militaire oorsprong van het Wolvenplein. Want voordat hier een gevangenis stond, en lang voordat het een gewoon stadsgebied werd, was dit een strategische plek in de verdediging van Utrecht. Om dat te begrijpen, moeten we terug naar de zestiende eeuw - een periode waarin geloof, macht en oorlog stevig door elkaar liepen en steden hun veiligheid liever niet aan het toeval overlieten.
Utrecht onder druk
Aan het begin van de zestiende eeuw was Utrecht een belangrijke stad binnen het Heilige Roomse Rijk. De bisschop van Utrecht had het goed voor elkaar: hij was niet alleen geestelijk leider, maar ook wereldlijk bestuurder en hoogste rechter. Kerk en macht in één hand - dat werkte prima, totdat steeds meer mensen daar anders over gingen denken. Tot Karel V de wereldlijke macht naar zich toetrok.
Niet veel later zette de Reformatie de boel op scherp. Maarten Luther stelde openlijk vragen bij de macht en het verdienmodel van de kerk, terwijl keizer Karel V juist probeerde de Nederlanden steviger onder controle te krijgen. Utrecht zat daar middenin. En als macht onder druk komt te staan, volgt vaak hetzelfde antwoord: meer controle.
Die controle kreeg vorm in steen. Karel V liet in Utrecht kasteel Vredenburg bouwen, een zogenoemde dwangburcht. Zo’n burcht was niet alleen bedoeld om vijanden van buitenaf af te schrikken, maar ook om de eigen bevolking in de gaten te houden. Het garnizoen hoefde zich dus niet te vervelen: vijanden genoeg, binnen én buiten de stad.
Nieuwe manieren van verdedigen
Alsof de politieke spanning nog niet genoeg was, veranderde ook de manier van oorlog voeren. Met de opkomst van kanonnen werd één ding duidelijk: middeleeuwse stadsmuren waren ineens niet meer zo indrukwekkend.
Utrecht moest aan de bak en kreeg extra verdedigingswerken:
Opstand en oorlog
In de tweede helft van de zestiende eeuw liep de spanning definitief uit de hand. De Nederlandse gewesten kwamen in opstand tegen de Spaanse overheersing. In 1579 werd in Utrecht de Unie van Utrecht gesloten: een afspraak tussen de noordelijke provincies om samen op te trekken tegen Spanje en hun eigen koers te varen.
Dat was geen gezellig overleg, maar een serieuze breuk. De Spaanse koning werd feitelijk tot vijand verklaard. En wie een vijand heeft, moet zich voorbereiden. Utrecht werd verder versterkt met Bolwerken: grote, aarden verdedigingswerken die verder naar buiten lagen, in de buitengracht.
Die bolwerken waren geen subtiele heuveltjes, maar serieuze jongens: zes tot acht meter hoog en strategisch geplaatst. Het Wolvenplein ligt op zo’n voormalig bolwerk.. De stad was toen veel kleiner dan nu, maar juist daardoor goed te verdedigen: muren, wallen, water - alles zat erin.
De rol van het bolwerk
Het bolwerk bij Wolvenplein maakte deel uit van een groter verdedigingssysteem. De bolwerken lagen als eilanden vóór de stadsmuur, gescheiden door water. Een vijand moest eerst daar langs, onder vuur genomen worden, en dan pas hopen de stad te bereiken.
Vanaf deze verhoogde plekken konden verdedigers vijandelijke troepen al op afstand aanpakken. In theorie althans, want Utrecht is nooit langdurig belegerd door het Spaanse leger. Maar dat betekent niet dat de verdedigingswerken voor niets zijn gebouwd. Ze waren een fysieke uitdrukking van een nieuwe werkelijkheid: een stad die haar eigen onafhankelijkheid serieus nam en zich daar ook naar gedroeg.
Van militair naar civiel gebruik
Na het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden verloor het bolwerk geleidelijk zijn militaire betekenis. Al in het begin van de zeventiende eeuw werd duidelijk dat het zonde was om deze enorme verdedigingswerken ongebruikt te laten liggen. De bolwerken werden daarom verpacht en kregen stap voor stap andere functies.
Dat gebeurde niet zomaar. Er golden strikte voorwaarden: als er opnieuw oorlog zou dreigen, moesten gebouwen worden afgebroken, bomen gekapt en het terrein weer vrijgemaakt worden voor defensie. In de praktijk kwam het daar niet meer van. De stad groeide door, het militaire belang verdween naar de achtergrond en het bolwerk werd definitief onderdeel van het stedelijk weefsel.
Hier stopt het militaire verhaal van Wolvenplein.
Dit is het eerste deel van de geschiedenis van Wolvenplein.
Het verhaal eindigt op het moment dat het gebied zijn functie als militair verdedigingswerk verliest.
In deel 2, dat binnenkort verschijnt, volgt het vervolg van deze geschiedenis: van bolwerk naar civiel gebruik, van gevangenis en bestuur tot aan het Wolvenplein zoals we dat vandaag kennen.\
Wil je nu al meer weten?
Boek dan hier één van de rondleidingen op het Wolvenplein, gegeven door onder andere Bert Poortman. Dan hoor je de verhalen niet alleen op papier, maar sta je er middenin - inclusief plekken waar de geschiedenis nog net onder het maaiveld ligt te wachten.